Geacht college,
Op 1 april 2026 ontvingen we van u de concept Verordening jeugdhulp Voorschoten. Deze
concept verordening is -mede vanwege de kortere adviestermijn- mondeling toegelicht in de
vergadering van de Adviesraad Sociaal Domein van Voorschoten (ASDV) op 17 maart jl. Deze
mondelinge toelichting, evenals de uitgebreide beschrijving van wijzigingen, was behulpzaam en
is door de leden van de ASDV op prijs gesteld.
De gemeente Voorschoten legt in de Verordening jeugdhulp vast hoe zij jeugdhulp organiseert
en toekent. In deze verordening staat onder andere hoe jeugdigen en ouders toegang krijgen tot
jeugdhulp, wanneer de gemeente ondersteuning biedt en welke vormen van hulp beschikbaar
zijn. Met de nieuwe verordening wordt beoogd om de regels rondom jeugdhulp te verduidelijken
en beter aan te laten sluiten bij de uitvoeringspraktijk.
De ASDV is content met de wijze waarop de concept verordening is geschreven, deze is goed
leesbaar en begrijpelijk zonder veel interne verwijzingen. Ook de duidelijke afbakening naar de
reikwijdte van de jeugdhulp en wat ouders zelf kunnen organiseren, én de aandacht voor de
overgang van jeugd naar volwassenheid kan op instemming van de ASDV rekenen.
Wel vraagt de ASDV aandacht voor de volgende aspecten:
- In artikel 2.3 lid 3 stelt de ASDV voor het criterium ‘ zo effectief mogelijk ’ toe te voegen
aan de criteria ‘zo licht en zo kort mogelijk’. - In artikel 3.2 wordt gesteld dat een uitspraak van de familierechter niet direct toegang
geeft tot jeugdhulp. Vanuit de gemeente is dit wellicht te begrijpen, echter als een gezin
de vaak intensieve en emotioneel belastende weg langs een familierechter heeft gelopen
en daar een uitspraak heeft gekregen, is een nieuwe afweging en wellicht een afwijzing
van jeugdhulp weinig behulpzaam. De ASDV adviseert dan ook zeer terughoudend te zijn
in het opnieuw afwegen van adviezen en oordelen van de familierechter. - In artikel 4.1 lid 1 is sprake van een aanvraagformulier. De ASDV adviseert dit
aanvraagformulier uitgebreid te testen op duidelijkheid, klantvriendelijkheid en gemak
alvorens dit beschikbaar te stellen. - In artikel 4.4 lid 2d wordt gesproken van een ‘buddy’. Deze persoon wordt nergens in de
verordening beschreven of omschreven. - Aan artikel 5.2 lid 3 adviseert de ASDV om de gezinssituatie toe te voegen als factor voor
het bepalen of benodigde hulp uitgaat boven de hulp van een jeugdige van dezelfde
leeftijd. - In artikel 6.3 lid 3b zou een maximum termijn moeten worden opgenomen voor de ingang
van de jeugdhulp. Indien de maximum termijn niet haalbaar is (binnen de contracten met
hulpverleners van de gemeente), adviseert de ASDV om dit als reden op te nemen voor
het toewijzen van een pgb zodat ouders dan zelfstandig op zoek kunnen naar
jeugdhulpverlening. - In artikel 8.5 lid 4 wordt gesproken van ‘integraal arrangeren’ zonder dat dit ergens wordt
toegelicht. - In artikel 8.7 moet een ‘t’ worden toegevoegd aan zorg.
- In art. 9.2 lid 4 staat dat het pgb ingetrokken kan worden als het traject bij de
jeugdhulpverlener niet binnen 3 maanden is gestart. De ASDV vraagt zich af of deze
termijn niet te kort is gezien de lange wachtlijsten in de jeugdzorg. - In artikel 10.1 lid c wordt een termijn van vier jaar genoemd, terwijl in bijvoorbeeld artikel
10.1 lid 3 en artikel 7.2 lid 3 telkens een termijn van vijf jaar wordt genoemd. Is hier
sprake van inconsistentie? - In artikel 11.1 wordt gesproken over de onafhankelijke cliëntondersteuner. Deze
onafhankelijke cliëntondersteuner zou bij Voorschoten voor Elkaar (VvE) aanwezig zijn.
Een zoektocht op de website van VvE brengt hierover echter geen duidelijkheid. Advies
van de ASDV is deze functionaris(sen) duidelijk vindbaar te maken op de website van VvE
én de gemeente. - In artikel 11.2 wordt gesproken over een vertrouwenspersoon. Ook deze onafhankelijke
vertrouwenspersoon is moeilijk vindbaar. De ASDV adviseert een zelfstandige en
gemakkelijke vindbare toegang naar de onafhankelijke vertrouwenspersoon op de
website van de gemeente beschikbaar te stellen.
Meer in algemene zin vraagt de ASDV nog aandacht voor:
- De uitvoering van deze verordening legt een grote verantwoordelijkheid bij de gemeente
wat betreft oordeel en inschatting van de zwaarte van de problematiek en de gekozen
jeugdhulp. Dit betekent dat de gemeente niet mag bezuinigen op menskracht, kennis en
kunde van de eigen medewerkers om goed invulling te kunnen geven aan de
verantwoordelijkheden die bij de gemeente liggen op het gebied van jeugdhulpverlening. - Uit de verordening wordt niet duidelijk wie de regie voert over de toegekende jeugdhulp.
Is dit de ouder, de jeugdhulpverlener, de gemeente of een andere instantie? - Tenslotte merkt de ASDV op dat monitoring van de eecten van invoering van de nieuwe
verordening zich niet alleen moet toespitsen op de financiën maar zeker ook op de
kwaliteit.
Met vriendelijke groet,
Namens de Adviesraad Sociaal Domein Voorschoten
Bruno van Dunné, voorzitter