Geacht College,
Op 10 juni ontvingen wij de adviesaanvraag inzake de wijzigingen in de bovengenoemde Verordening en Beleidsregels Participatiewet in Balans. Hierbij voldoen wij graag aan uw verzoek. Wij zijn in het voortraject van deze adviesvraag in twee sessies hierover geïnformeerd door de beleidsmedewerker van de afdeling Werk en Inkomen, waarvoor dank.
Allereerst spreken wij onze opluchting uit over de algemene wijzigingen die in de Participatiewet in Balans zijn opgenomen. De gemeenten krijgen daardoor meer mogelijkheden om een socialer beleid te voeren dat beter is afgestemd op de situatie van de cliënt. In plaats van te werken vanuit wantrouwen en het heffen van sancties, is het uitgangspunt nu vertrouwen, vereenvoudiging van procedures en de menselijke maat. Uiteraard staan wij hier volledig achter. Het zal een uitdaging zijn voor uw medewerkers om deze nieuwe manier van werken toe te passen. Tegelijk lijkt het ons voor uw consulenten een veel aangenamer en bevredigender werkwijze. Het gaat er immers niet alleen om inwoners uit de uitkering te laten uitstromen naar betaald werk, maar om hen te ondersteunen bij hun participatie in onze samenleving. De kernbegrippen in de wijzigingen, zijnde vertrouwen, eenvoud en menselijke maat, onderschrijven wij.
Wat betreft de communicatie over rechten en plichten naar inwoners toe raden wij u aan gebruik te maken van materiaal dat reeds ontworpen is door organisaties als de VNG en Stimulanz.
Wij willen wel een aantal opmerkingen bij de vernieuwde Verordening en Beleidsregels maken:
De rode lijn in de wijzigingen betreft maatwerk voor de individuele inwoner. Hoewel wij de voordelen van deze aanpak begrijpen, bestaat het risico dat in de uitvoering een (te) grote mate van flexibiliteit bestaat. Dit kan mogelijk leiden tot verschillende besluiten in toch min of meer vergelijkbare gevallen.
Wij vragen ons af of het huidige plan om dit te voorkomen, door periodieke casuïstiek-overleggen met de verschillende betrokken consulenten, toereikend zal zijn om eventuele willekeur te voorkomen. Dit roept dan ook de vraag op hoe de gemeente waarborgt dat er bij gelijke casussen ook een gelijke behandeling plaatsvindt.
De wijzigingen in de verschillende beleidsregels laten in de uitvoering veel ruimte voor vrije interpretatie voor het college dan wel de consulenten. Wij vragen ons af of de consulenten in de nieuwe situatie voldoende kaders meekrijgen om besluiten te nemen hoe te handelen in de verschillende maatwerkgevallen. Kortom: Zijn de huidige consulenten wel in staat om te functioneren in de nieuwe situatie, met minder vastgelegde regels en meer eigen beoordeling.
In de Re-integratie en Participatieverordening artikel 14 betreffende maatschappelijke participatie wordt vermeld dat participatieplicht alleen in “uitzonderlijke individuele situaties” opgelegd kan worden. Hoewel in de geest van de nieuwe participatiewet, impliceert de term uitzonderlijk dat praktisch geen plicht bestaat. We vragen ons af of dit niet een al te grote mate van vrijblijvendheid voor de betreffende inwoner met zich meebrengt. Het risico bestaat dat mensen helemaal uit het zicht verdwijnen.
Lokale beleidskeuzes:
1. Meer ruimte te bieden voor maatschappelijke participatie, en in te zetten op perspectief en ontwikkeling. Wij onderschrijven deze beleidskeuze. Wel raden wij aan om de invulling van deze maatschappelijke participatie samen met de klant uitvoerig te bespreken en indien nodig op papier te zetten. Dit ook wanneer het om een stappenplan gaat. Dit betekent uiteraard dat een intensiever contact met de cliënt nodig is, maar het zal de communicatie zeker ten goede komen.
Wij onderschrijven deze beleidskeuze.
2. Ruimte te bieden voor het verlengen of opnieuw toekennen van vrijlatingsregelingen.
Wij onderschrijven deze beleidskeuze.
3. Alleen de nodige bewijsstukken op te vragen. Dit bespaart de consulent en inwoner veel tijd en maakt de vaak (onnodig) lange aanvraagprocedures korter en eenvoudiger.
Wij onderschrijven deze beleidskeuze.
4. Het beleid rond het opleggen van maatregelen te wijzigen na vaststelling van de Wet handhaving sociale zekerheid.
Wij onderschrijven deze beleidskeuze.
5. De handmatige verrekening van inkomsten uit arbeid te continueren.
Wij onderschrijven deze beleidskeuze.
6. Het instrument “bufferbudget” in 2027 niet in te zetten. Wij onderschrijven deze beleidskeuze. Het is wellicht wel een goed idee om op basis van ervaring/ interviews met de consulenten te inventariseren of en zo ja, hoeveel gevallen het in 2024 en 2025 geweest zouden kunnen zijn om een indicatie van de mogelijke omvang te hebben. Ook lijkt het ons goed de ervaringen van andere gemeenten mee te nemen in de latere besluitvorming.
Tot besluit: de ASDV adviseert u de voorgestelde wijzigingen in de Verordening Re-integratie en Participatie op te nemen. Ons advies is ook positief wat betreft de wijzigingen in de Beleidsregels die uit de Verordening voortkomen.
Wij zullen met interesse volgen hoe succesvol deze nieuwe werkwijze in de praktijk zal blijken te zijn.
Met vriendelijke groet,
Bruno van Dunné
voorzitter Adviesraad Sociaal Domein Voorschoten